Accu Druppelladers > Info & Tips
IUoUoe Laadkarakteristiek
Betreft de TBC 600, GBC 200, LBC 400 en de ProMax 100 (instelbaar)
Deze laders laden met de maximale laadstroom tot de ingestelde spanning (“gasspanning”) wordt bereikt. Na het bereiken van de ingestelde spanning gaat een tijdklok lopen (nalading). Tijdens deze fase wordt de spanning constant gehouden, waarbij de laadstroom afneemt. Na verloop van de ingestelde tijd schakelt de lader automatisch over op de druppellaadfase.
• Vervolg betreft TBC600, GBC 200 en LBC 400
Indien in de druppellaadfase 100% van de laadstroom gevraagd wordt zal de lader terugkeren naar de hoofdlaadfase. Doordat de lader in de druppellaadfase bijna zijn volledige vermogen kan leveren is deze laadkarakteristiek uitermate geschikt voor ‘on-board’ gebruik.
• Vervolg betreft ProMax 100:
In de druppellaadfase kan de ProMax nog zijn maximale laadstroom leveren zonder dat de lader weer terug gaat naar de hoofdlading. Hierdoor kan de ProMax eventuele gebruikers voeden. Indien de accuspanning daalt tot de 12,65V, schakelt de lader automatisch terug naar hoofdlading. Blijft tijdens de druppellading gedurende 24 uur de laadstroom onder de 10%, dan zal de lader overschakelen op “jogging” . Hierbij komt de lader in een “wacht” stand totdat de accuspanning 12,65V heeft bereikt. Hier zal de lader terugschakelen naar de hoofdlading om het laadprogramma nogmaals te doorlopen. Deze functie is ingebouwd om te voorkomen dat de accu lui wordt.
IUIaoUoe Laadkarakteristiek
Betreft de ProMax 100 (instelbaar)
Deze laadkarakteristiek is nagenoeg gelijk aan de IUoUoe laadkarakteristiek, behalve dat omschakelingen van lading naar druppellading niet gebaseerd is op tijd, maar op een percentage van laadstroom.
De lader begint in de hoofdlading met de maximale laadstroom totdat de ingestelde gasspanning is bereikt. De lader houdt de accu op deze spanning (nalading) en de laadstroom neemt steeds verder af. Omschakeling naar druppellading vindt plaats bij een ingesteld percentage van de max. laadstroom.
• Vervolg laadkarakteristiek voor ProMax 100
Bij de ProMax lader is dit afhankelijk van het gekozen instelling 10 of 25%. Na het bereiken van deze waarde, schakelt een ProMax acculader over op compensatie laden. De ProMax acculader houdt gedurende een bepaalde tijd de laadstroom op de bereikte waarde waarbij de accuspanning mag oplopen tot 16V. Met deze compensatie lading wordt eventueel sulfaat op de platen afgebroken. Deze fase duurt maximaal 4 uur. Na de compensatielading schakelt de lader over op een onderhoudslading. Tijdens deze onderhoudslading wordt de laadstroom continu in combinatie met de laderspanning bewaakt. In deze fase kan de ProMax nog zijn maximale laadstroom leveren zonder dat de lader weer terug gaat naar de hoofdlading. Hierdoor kan de ProMax eventuele gebruikers voeden. Indien de accuspanning daalt tot de 12,65V, schakelt de lader automatisch terug naar hoofdlading. Blijft tijdens de druppellading gedurende 24 uur de laadstroom onder de 10%, dan zal de lader overschakelen op “jogging” . Hierbij komt de lader in een “wacht” stand totdat de accuspanning 12,65V heeft bereikt. Dan zal de lader terugschakelen naar de hoofdlading om het laadprogramma nogmaals te doorlopen. Deze functie is ingebouwd om te voorkomen dat de accu ‘lui’ wordt.
Bij de ProMax kan d.m.v. een dip-switch ook nog gekozen worden voor de ’14 uurs limiet’. De ProMax houdt dan bij hoelang de hoofdlading en nalading samen duren. Als dit langer dan 14 uur duurt komt de lader in zijn beveiliging. Hiermee kan dus voorkomen worden dat een kapotte accu geladen wordt.
IP beschermingsklasse
De aanduiding om de beschermingsgraad aan te geven bestaat uit de kenletters ‘IP’ (International Protection) gevolgd door twee of drie kengetallen die aangeven aan welke voorwaarden er zijn voldaan. Het eerste cijfer heeft betrekking op de beschermingsklasse stofdichtheid, het tweede cijfer op de vloeistofdichtheid en het derde cijfer heeft betrekking op de slagvastheid.
|